DJÀWÀ
TIJDSCHRIFT VAN HET JAVA-INSTITUUT
ONDER REDACTIE VAN: Prof. Dr. R. ARIO HOESEIN DJAJANINGRAT, Dr. G. W.J. DREWES,
J. KATS, S. KOPERBERG EN M. SOERIADIRADJA
福
7e JAARGANG No. 1, JANUARI 1927
Alle stukken, de Redactie en Administratie betreffende, te zenden aan het SECRETARIAAT VAN HET JAVA-INSTITUUT-WELTEVREDEN (LAAN WIECHERT 13)
EEN STUK VAN DEN ARBEID VAN PROF. SNOUCK HURGRONJE IN HET BELANG VAN DE
INTELLECTUEELE ONTWIKKELING
VAN HET INDONESISCHE VOLK
door
R.A. A.A. DJAJADININGRAT
den, en van dé wijze, waarop hij die Prof. Snouck Hurgronje is een geleerde, doch geen geleerde, die, zooals Van De- venter zoo treffend schreef, alleen school- sche theorieën verkondigt, mooi voor de studeerkamer, doch onbruikbaar voor het practische leven, neen, hij is een geleerde, die ,,zijn vorschen dienstbaar wil maken aan het heil der gemeenschap." Inderdaad, wat de wetenschap hem leert, wat de practijk hem te zien geeft en wat verder zijn groote geest of zijn verheven ziel hem influistert, dat alles tracht hij tot harmonie en tot een practische oplossing te brengen. Is deze een- maal gevonden, dan weet hij haar steeds hoog en krachtig aan zijn medemenschen in te prenten. Groot en omvangrijk is Snouck Hurgronje's arbeid. En wat hij in het bij- zonder voor ons, Indonesiërs, gedaan heeft zullen weinigen hem nadoen. Aan de wetenschap van ons bestaan in al zijn vormen en uitingen heeft hij het beste deel van zijn leven dienstbaar gemaakt en getracht dat bestaan naar een steeds hooger niveau op te voeren. O.m.voor onze intellectueele ontwikkeling in Wes- tersche richting is hij de meest overtuigde en talentvolle voorvechter, die, ondanks veel moeite en strijd, ten slotte zijn doel grootendeels heeft weten te bereiken. Ook op dat gebied zijn wij hem dus groote dankbaarheid verschuldigd. Het kan uiteraard niet in onze be- doeling liggen om over zijn ganschen arbeid ter zake uit te weiden; de onder- staande weinige regelen mogen slechts dienen tot aanstipping van de moeilijkheden, die hem daarbij in den weg ston-
moeilijkheden trachtte te overwinnen. Het was in het jaar 1889 dat Prof. Snouck Hurgronje voor het eerst in Indië kwam, als Adviseur voor Oostersche talen en Moehammedaansch recht. Dat er ook toen ter tijd onder de in- heemsche bevolking reeds sociale wantoe- standen heerschten, die den scherpzin- nigen waarnemers niet konden ontgaan, behoeft geen nader betoog. Prof. Snouck Hurgronje behoort tot die categorie van waarnemers. Reeds na een kort verblijf hier te lande was hij o.m. diep doordrongen van ,,de noodzakelijkheid der vorming eener ge- neratie van veelzijdig ontwikkelde Ja- vanen"1). Elke gelegenheid, die zich hem aanbood, greep hij dan ook aan om de hoogere opleiding van Inlanders te be- vorderen. Het viel hem echter niet ge- makkelijk, want met een zaak, welke immer een der machtigste factoren vormt voor het tegenhouden van be- schaving en ontwikkeling, had hij daarbij te kampen: het vooroordeel. Dit vooroordeel kwam niet alleen van de zijde der belanghebbenden zelve, doch ook en vooral van die van tal van hooggeplaatste Europeesche ambtenaren, in wier han- den het lot van Indië's bevolking voor een belangrijk deel berustte. Die macht- hebbers, hoewel zij in appreciatie voor hoogere geestelijke vorming van Inlanders in het algemeen bij den bedoelden geleerde niet achterbleven, stonden er scep- tisch tegenover. Zij wisten n.l. bij er-
1) De Gids 1908. De Inlandsche Bestuurs-
ambtenaren, vooral op Java.
vervulde. Hij lette niet alleen op de in- varing dat de Inlander van nature niet in tellectueele vorming van zijn pupil, doch staat was zichinWesterschen zin intellec- ook op diens moreele opvoeding en licha- tueel te ontwikkelen. Er waren, naar zij melijke gezondheid. Ondanks zijne zeer beweerden, ongetwijfeld Inlandsche kna- drukken werkkring hield hij zich op de pen, die in de eerste kinderjaren in schran- dagen, waarop de jongen niet naar school derheid niet achter stonden bij de beste behoefde te gaan, geregeld met hem be-Europeesche kinderen, doch zoodra zij zig. Met welk een moeite hij ten slotte de puberteit hadden bereikt, zou geen een plaats op een behoorlijke Europeesche enkel middel, hoegenaamd, bij machte lagere school voor hem wist te verkrij- zijn hen in intellectueel opzicht verder vooruit te brengen. gen is in hetzelfde artikel uitvoerig me- degedeeld. Snouck Hurgronje zocht echter tever-In 1893 kon hij zijn pupil, ondanks de geefs naar een redelijken grond van die hernieuwde oppositie van diens oudere bewering, want ernstige proeven terzake bloedverwanten, welke versterkt was door waren nog niet genomen. Wat de Javaansche ouders betreft, de min of meer vijandige houding der meeste Europeesche bestuursambtenaren toenmaals heerschende maatschappelijke in de omgeving, de hoogere burger- toestanden en verhoudingen, godsdien- school te Batavia doen bezoeken. stige overwegingen, de mentaliteit der Europeanen op bedoeld gebied, alles bij,,Nog voordat hij het eindexamen met goeden uitslag heeft afgelegd", schreef elkander genomen, maakte het hen hui-Prof. Snouck Hurgronje in dat artikel verig om voor hun kinderen meerdere en verder, ,,blijkt ook aan hem de kracht betere vruchten van den boom der kennisse van het voorbeeld. Verscheidene vaders, te vragen dan die, welke hun werden die de ontwikkeling van den jongen gade- voorgelegd. geslagen hebben, en daaronder zulke, die De professor begreep blijkbaar dat met eerst in de voorste rijen der oppositie overreding en redeneering alleen hij stonden, komen mijn raad en hulp in- vruchteloos tegen die verstarde vooroor- roepen om ook voor hunne zonen te doen deelen te velde zou trekken; hij moest wat ik voor hem deed. Weldra heb ik zijn overtuiging, hoe onomstootelijk vast voor zoo'n groot aantal van die jongelui deze ook bij hem stond, op reëele gron- den kunnen vestigen, wilde hij met succes te zorgen dat ik vaak met moeite naar den noodigen tijd zoek om al hunne be- voort kunnen arbeiden in de richting, langen te behartigen, In de Europeesche welke hij zich voorstelde. bestuurskringen wordt de oppositie, hoe-In den betrekkelijk korten tijd dat hij wel altijd nog hinderlijk genoeg, toch hier was, wist hij zich onder de Inland- minder krachtig; er hebben bekeeringen sche vaders vrienden te maken, die alles-plaats en daar men in de allerhoogste zins een groot vertrouwen in hem stelden. Van een dezer vrienden nu wist hij hetkringen eenige belangstelling voor de zaak begint te toonen, vindt een deel gedaan te krijgen om zijn oudsten zoon der middenstof het raadzaam, minstens in een door hem aangeduide richting en onder zijn toezicht te doen opvoeden. neutraal te blijven." Met kracht begon Prof. Snouck Hur-In 1890 had Snouck Hurgronje zijn eersten pupil. gronje thans zijn denkbeelden omtrent de intellectueele vorming der Indonesiërs Het is aandoenlijk om hem in zijn ,,De Inlandsche Bestuursambtenaren, vooral niet alleen, doch ook betreffende de ver- op Java"' (De Gids, 1908) te hooren ver-dere consequenties daarvan uit te werken. tellen, met welk een groote zorg en angst-Deze consequenties raken veelal ook het valligheid hij de op zich genomen taak politiek terrein, hetgeen onvermijdelijk
schijnt, wil men het harmonische ver-passeeren en toetst men deze aan de veranderingen op velerlei gebied, welke band tusschen het ziele- en verstands- leven van dit volk behouden, waardoor de in deze gewesten gedurende de laatste kern van den ganschen arbeid van Snouck kwart-eeuw tot stand zijn gekomen, dan zal wel niemand kunnen ontkennen, dat
Hurgronje op bedoeld gebied zich in
Snouck Hurgronje niet tevergeefs in het hooge mate kenmerkt. belang van de intellectueele ontwikkeling Talloos zijn zijne voorstellen terzake, nu eens tot de Regeering, dan weer over van de Indonesiërs heeft gewerkt en ge-Haar hoofd heen tot het Nederlandsche streden. Volk gericht. ,,Moet daarbij het terrein Het bovenstaande is geen bloote her- der politiek worden betreden", zegtVan haling van hetgeen reeds door anderen is Deventer zoo juist, ,,niet hij, die terug-gezegd of geschreven, doch tevens een bevestiging, een getuigenis daarvan, want wijkt. Hij begrijpt dat de grootste slag ten slotte op dat terrein zal moeten wor-het is schrijver dezes, die de eer heeft de den gestreden en zijn ideaal is hoog, zijn allereerste pupil te zijn geweest van dien overtuiging sterk genoeg om ook te mid-grooten Nederlander, aan wien het Indo- den van het krijgsgewoel ongerept te nesische volk zoowel op maatschappelijk blijven". als op staatkundig gebied zooveel te dan-Laat men nu die voorstellen de revue ken heeft.